Piekeren

Iedereen voelt zich wel eens bang, angstig of zenuwachtig. Je bent zenuwachtig voor een examen, je hebt zorgen over de uitslag van een medisch onderzoek, je schrikt van een auto die je bijna van je fiets rijdt. Of je bent bang als je een grote stap overweegt of iets nieuws gaat doen.

ANGST

Angst is een emotie die je helpt om te reageren wanneer er gevaar dreigt. Je lichaam komt in een staat van paraatheid. Je hart gaat sneller kloppen, je bloeddruk gaat omhoog, je spieren spannen zich aan, je transpireert en je ademhaling versnelt. Plotselinge en hevige angst, noemen we paniek. Meestal duurt een gevoel van angst of paniek kort. Het is een normale reactie op een lastige situatie. Het maakt je extra alert en bereid je zo voor op een mogelijk gevaarlijke situatie. Maar wanneer angst regelmatig voorkomt, langer aanhoudt, heviger is en niet meer in verhouding staat tot dat waar je bang voor bent, spreek je van angstklachten. Wat is het verschil tussen ‘gewone’ angst en een angststoornis of fobie? Bij een angststoornis of fobie is de angst heviger en staat deze niet meer in verhouding tot dat waar je bang voor bent. Ook blijft jouw angst langer bestaan en is het gevoel voortdurend op de achtergrond aanwezig. De angst belemmert je in je dagelijks leven.

TIP: PAK JE ANGST(EN) AAN!

De beste manier om met je angsten (link naar carrieretijger.nl)om te gaan is je angst:

  • Te accepteren
  • Niet bepalend te laten zijn voor jouw gedrag
TIP 1: ACCEPTEER JE ANGST

Angst is een hele vervelende emotie. Het beklemt, benauwt, verstikt, verlamt en wat al niet meer… Vaak probeer je de angst zo diep mogelijk weg te stoppen. Net te doen of je niet bang bent. Je probeert het te negeren en te vergeten. Maar daarmee verdwijnt de angst niet. Integendeel. Hij knaagt en vreet en blijft zitten waar hij zit. Je blijft bang. Maar is je angst wel terecht? Met andere woorden: we hebben veel last van dingen waar we bang voor zijn dat ze misschien zouden kunnen gebeuren. De eerste stap van de oplossing is die angst onder ogen zien. Stop angst niet weg, maak hem niet groter, vel er geen oordeel over. Het is misschien niet handig, niet prettig, vervelend, maar je angst mag er zijn!

Ga nu voor jezelf na waar jij bang voor bent. Schrijf alles op wat je te binnen schiet. In de loop van de dagen zullen er telkens nieuwe dingen bij komen. Schrijf ze op. En bij elke angst zeg je tegen jezelf:

“Ik bang voor ……….. en dat mag er zijn.”

Of:

“Ik accepteer dat ik ……….. doodeng vind.”

TIP 2: LAAT JE ANGST JE LEVEN NIET BEPALEN

Hoe kun je mét je angst de dingen doen die je eng vindt. Stap voor stap. Je kunt je angst accepteren, je hoeft er niet naar te leven. Onderken je angst en trek dan je eigen plan.

Laat angst je leven niet bepalen. Dan doe je steeds minder wat je wilt. Zo ontdek je nooit dat je dreigende beelden misschien helemaal niet waar zijn. Ga die dingen doen die je eng vindt en accepteert dat je ze eng vindt. Maak er voor jou behapbare stapjes van. Bouw het langzaam op.

Het is veel oefenen tot je er klaar voor bent om datgene te doen wat je wilt (link naar carrieretijger.nl) doen. En dan merk in de meeste gevallen dat het toch niet zo eng is als je dacht. Soms kan het zelfs wel leuk zijn! Maar of het leuk is of niet, het belangrijkste is dat jij je leven leidt zoals je dat wilt en dat niet je angsten je leven leiden.

Maak voor jezelf een actieplan: pak een van je angsten erbij en kijk hoe je stap voor stap met die angst toch de dingen kunt doen die jij wil doen.

FAALANGST

Heb je angst om te falen? Dan is het belangrijk te leren om te gaan met je angst. Het kan zijn dat je een negatief zelfbeeld hebt of lichamelijke klachten. Soms presteer je onder je niveau. Dat kan bijvoorbeeld omdat je er je best niet voor hebt gedaan. Maar het kan ook komen omdat je bang bent dat je niet goed genoeg presteert.

Er is een vorm van faalangst waarbij je heel hard werkt en moeite hebt om afstand te nemen van je schoolwerk. Je hebt dan niet voldoende ontspanning. Je bent voortdurend bezig met je prestaties en je hebt altijd het gevoel dat het niet goed is. Het kan ook zijn dat je stopt met werken omdat je te bang bent voor een slecht resultaat. Deze angst zorgt ervoor dat je het liever niet probeert dan dat je het verkeerd doet.

Jouw karakter bepaalt hoe je met angst omgaat. Heb je een vrij gesloten karakter dan zul je niet willen praten over je angsten en problemen. Ben je wat afhankelijk, dan zul je wel willen praten en steeds hulp zoeken bij anderen. Je kunt angst ook verbergen door grappig te doen of stoer te doen.

Als je faalangst hebt, heb je vaak een negatief beeld van jezelf. Je bent er van overtuigd dat je niets kunt en niets weet. Als iets lukt, komt dat door een factor van buiten dat het proefwerk wel erg makkelijk was. Maar als het mislukt, denk je dat het aan jou ligt. Je verwacht veel van je zelf. Je bent misschien perfectionistisch, je eist veel van jezelf en het is eigenlijk nooit genoeg. Jouw angst om te falen kan ook lichamelijke klachten geven zoals hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en/of trillen. Er ontstaat dan teveel spanning. Daarom is het belangrijk om je faalangst te onderkennen. Je kunt het overwinnen!

TIPS OVER FAALANGST

Je gedachten spelen een belangrijke rol. Je denkt negatief over jezelf en de opdracht die je moet doen. Je krijgt dan een gevoel van tekort schieten, waardeloosheid en angst.

Zijn deze gedachten waar? Door je gedachten te veranderen en reëler te maken, kun je het gevoel dat achter de faalangst zit vaak wegnemen.
Het helpt ook als je leert hoe je je het beste kan voorbereiden op een proefwerk. Je hoeft niet bang te worden als je de eerste vraag niet kan beantwoorden. Je versterkt dan juist het gevoel het niet te kunnen en dat versterkt jouw angst. Neem rustig alle vragen door, dan ontdek je welke vragen je wel weet. Je angst neemt dan af en je ontspant. Andere vragen blijken dan vaak minder moeilijk dan je dacht.

Probeer je te ontspannen zodra je de angst voelt. Leg je pen even neer,
laat je armen langs je lijf hangen en haal diep adem.